Menu

Leerlijnen

Technische leerlijnen

Om als turnster op senior leeftijd internationaal, onder druk, te kunnen presteren dienen er op technisch, fysiek en mentaal gebied de juiste ontwikkelingen plaats te vinden. Om het opleiden van "53 punten" turnsters te bevorderen heeft de KNGU technische leerlijnen ontwikkeld. De leerlijnen geven van pre-pre instap tot en met jeugd 2 het gewenste ontwikkelingsniveau aan. Daarna zal de ontwikkeling steeds meer individueel bepaald worden.

Technische leerlijnen
Op technisch gebied zijn er leerlijnen ontwikkeld voor sprong, brug, balk, vloer en trampoline. De leerlijn vloer is gesplitst in gymnastisch/choreografisch en acrobatisch.

Uitgangspunten van de technische leerlijnen zijn:

  1. Zuiverheid van techniek te allen tijde. Zuiver uitgevoerde technieken zijn essentieel voor de mogelijkheid van doorontwikkeling tot hoog internationaal niveau. Daarnaast is zuiverheid van techniek belangrijk bij het voorkomen van blessures.
  2. Vroegtijdige complexe motorische scholing. Voor het 13e/14e levensjaar moeten zoveel mogelijk complex motorische vaardigheden geschoold worden. Niet in de harde wedstrijdsituatie maar in softe methodische situaties zoals trampolines, kuilen en elastieken. Veel in softe methodische situaties werken om teveel high impact belastingen te voorkomen. Turnsters moeten veel "flight-time" krijgen.

Nadat turnsters breed zijn opgeleid tot en met jeugd 2, zijn de juniorjaren de transferjaren. Het wedstrijdprogramma wordt individueel gekozen en de complex motorische vaardigheden, welke beheerst worden in softe methodische situaties, worden geleidelijk overgebracht naar de wedstrijdsituatie. Na de transferjaren komen bij de seniorleeftijd de wedstrijd c.q. prestatiejaren. Tot en met junior 2 staan trainingen en wedstrijden altijd in dienst van het opleiden tot senior turnster.

Indeling turncarrière 

Instap – jeugd 2: Opleidingsjaren
Junior 1 en 2: Transferjaren
Senior: Prestatiejaren

Door op de links hieronder te klikken wordt de inhoud van de leerlijn zichtbaar.

Technisch

Sprong

Pre-instap + instap

Pupillen 1 + 2

Jeugd 1 + 2

Brug

Pre-instap + instap

Pupillen 1 + 2

Jeugd 1 + 2

Balk

Pre-instap + instap

Pupillen 1

Pupillen 2

Jeugd 1

Jeugd 2

Vloer

Gymnastisch/ choreografisch

Pre-instap

Instap + pupil 1

Pupil 2 + Jeugd 1

Jeugd 2

Acrobatiek

Pre-instap + instap

Pupil 1 + 2

Jeugd 1 + 2

Trampoline

  

Mentale leerlijnen

De mentale leerlijnen sluiten aan bij de psychologische ontwikkeling van turnsters in verschillende leeftijdsfasen. In onderstaand schema zijn per leeftijdsfase de ontwikkelingskenmerken aangegeven en tevens de daarbij passende mentale vaardigheden. Dit alles toegespitst op de KNGU selecties en de turnsport. Belangrijk om daarbij te vermelden is dat de kalenderleeftijd van een kind niet altijd overeenkomt met de mentale leeftijd.

District Selectie KNGU (leeftijd 8 -10 jaar) 

Ontwikkeling: Kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd: het plezier om turnbewegingen uit te voeren, blijft zo lang het doel ‘plezier’ is. In de trainingen moet het plezier in bewegen hoog in het vaandel staan.

Jonge kinderen gebruiken hun fantasie om dingen voor te stellen en gaan hierbij van hun eigen beleving uit (ze zijn egocentrisch, ze kunnen zich nog niet goed verplaatsen in een ander). De redenen waarom jonge kinderen gaan sporten, kunnen behoorlijk verschillen. Denk bijvoorbeeld aan: waardering zoeken, iets moois willen laten zien of gewoon iets heel graag willen kunnen. In deze leeftijdsfase doen kinderen over het algemeen wat er van hen gevraagd wordt, vooral als een autoritair persoon de opdrachten geeft (zoals in deze situatie de trainer met kennis van zaken). 

Vanwege de jonge leeftijd moet de trainer zijn instructiemomenten inkorten en de bewegingsmomenten groot maken. Vooral veel goede voorbeelden laten zien. Dit werkt beter dan lange instructies en vergelijken met anderen. Tenslotte nemen kinderen in deze leeftijd alles letterlijk, ze zijn gericht op wat ze zien en kijken nog niet verder.

Te trainen mentale vaardigheden: Kinderen in deze leeftijdsfase kunnen leren om te visualiseren. De trainer moet zelfvertrouwen opbouwen bij zijn pupillen door positieve feedback te geven. De oefeningen moeten een speels karakter hebben, zodat er tijdens de training een ontspannen sfeer heerst.

Oranje Jong Talent Selectie KNGU (leeftijd 11-12 jaar)

Ontwikkeling:

Het denken van kinderen in deze fase is gericht op de werkelijkheid. Ze laten zich leiden door wat ze zien, ze laten zich leiden door de feiten. Net als in de vorige leeftijdsfase is ook nu van belang dat de instructies kort zijn, het liefst gevuld met goede voorbeelden. De kinderen willen liever bewegen dan luisteren.

Ten opzichte van de vorige fase, kunnen kinderen nu de verschillen zien tussen hen en de ander, maar ze kunnen de verschillen nog niet interpreteren.

Te trainen mentale vaardigheden: Het meten van de doeloriëntatie. Kinderen kunnen twee verschillende soorten doelen hebben:  1. leerdoelen (gericht op het leren van nieuwe dingen). 2. prestatiedoelen (gericht op eindresultaat).

In de communicatie naar het kind zal de trainer de nadruk leggen op het verbeteren van het eigen niveau. Het kind leert te werken aan een taakgerichte omgeving. De kinderen moet leren ontspanningsoefeningen te beheersen. Tevens moeten ze leren om bij de les te blijven, hun aandacht langer vast te houden.

Jong (Talent) Oranje Selectie KNGU (leeftijd 13-15 jaar)

Ontwikkeling:

Kinderen in deze leeftijdsfase kunnen zich beter verplaatsen en inleven in anderen. Ze begrijpen dat achter bepaald gedrag een reden kan zitten (terugdenken) en ze kunnen voorzien hoe iemand zal reageren op bepaald gedrag (vooruit denken). Zelf ervaren ze wisselende stemmingen. Plannen kost nog moeite, maar denken vanuit veronderstellingen lukt al wel, net als logische verbanden leggen. De identiteit wisselt en wordt beïnvloed door een zogenaamde ‘peergroup’ (een groep van mensen van dezelfde leeftijd met dezelfde interesses).

Te trainen mentale vaardigheden: De persoonlijkheidskenmerken moeten in kaart worden gebracht; elk kind leert op een andere manier. Aandacht en concentratieoefeningen blijven belangrijk en moeten worden uitgebreid. Het is nu mogelijk om doelen te stellen die in de nabije toekomst gehaald moeten kunnen worden. In deze fase blijft het belangrijk om te werken aan het zelfvertrouwen. Tenslotte kun je in deze leeftijdsfase gaan werken om de mentale vaardigheden in te zetten bij wedstrijden.

Oranje Selectie KNGU (leeftijd 16-18 jaar)

Ontwikkeling:

Het cognitieve denken ontwikkelt zich in deze fase. Het plannen wordt gemakkelijker en toekomstverwachtingen kunnen worden geschetst. Kinderen kunnen experimenteren met verschillende rollen. Ze kunnen nu de gevolgen van hun gedrag goed inschatten en hebben een verhoogde bewustwording van zichzelf.

Te trainen mentale vaardigheden: In deze leeftijd moet geleerd worden om doelen te stellen, ook doelen voor de langere termijn. Het stellen van lange termijn doelen is een manier om discipline en inzet te kanaliseren.

De concentratie moet wederom worden geoefend, zodat er controle over kan plaatsvinden. Dit is nodig om wedstrijdvoorbereidingen en wedstrijdroutines aan te leren. De sporter moet daarin zelfstandig worden en zijn eigen onafhankelijkheid en zelfregulatie moet worden gestimuleerd. De trainer blijft de eindverantwoordelijke op de trainingen, maar de autoritaire rol vanuit de eerste fase is nu verdwenen. De sporter krijgt steeds meer mogelijkheden om zelf invulling te geven aan de  trainingen. Ook buiten de trainingen om moet de sporter zelfsturend zijn: zelf de keuzes maken en doelen stellen en de discipline hebben om deze ook na te leven en te streven.

Oranje Selectie KNGU (leeftijd 19 jaar en ouder)

Ontwikkeling:

Er wordt nu uitgegaan van een volwassen en volgroeid brein. De jong volwassene is nu in staat om te plannen, te structureren, toekomstgericht bezig te zijn en om regels te erkennen. Zijn persoonlijkheid is uitgegroeid tot een eigen persoon en hij opereert zelfstandig en heeft een plaats in de samenleving gevonden.

Te trainen mentale vaardigheden: De sporter moet zowel winst als verlies kunnen visualiseren. De rol van de trainer verandert: de trainer is nu een gerespecteerd en gewaardeerd persoon met specifieke kennis die de sporter advies kan geven. De sporter kan zelf bepalen wat te doen met het advies. De sporter denkt na over toekomstkeuzes zoals het volgen van een studie.

 

Zoeken
Je maakt gebruik van een verouderde browser!

Update je browser om deze website correct weer te geven. Update mijn browser nu

×